SECTIE H         ELEKTRICITEIT

              Aantekeningen

 

              Deze Aantekeningen dekken de basisprincipes en algemene instructies voor het gebruik van Sectie H.

I.           Onder Sectie H vallen:

a)         elektrische basiselementen, waaronder alle elektrische eenheden en de algemene mechanische structuur van apparatuur en schakelingen vallen, inclusief de samenstelling van diverse basiselementen tot wat worden genoemd gedrukte schakelingen (printed circuits), en tevens tot op zekere hoogte het maken van deze elementen (voorzover niet elders ondergebracht);

b)         het opwekken van elektriciteit, waaronder de opwekking, omzetting en distributie van elektriciteit vallen samen met het regelen van de overeenkomstige toestellen;

c)         toegepaste elektriciteit, waaronder vallen:

(i)         algemene gebruikstechnieken, nl. die van elektrische verwarming en elektrische verlichtingsschakelingen;

(ii)        enige speciale gebruikstechnieken, hetzij elektrisch hetzij elektronisch in strikte zin, die niet vallen onder andere Secties van de Classificatie, inclusief:

1.         elektrische lichtbronnen, inclusief lasers;

2.         elektrische röntgentechniek;

3.         elektrische plasmatechniek, en de opwekking en versnelling van elektrisch geladen deeltjes of neutronen;

d)         elektronische basisschakelingen en hun regeling;

e)         radio of elektrische communicatietechniek;

f)          het gebruik van een specifiek materiaal voor het maken van het beschreven artikel of element. In dit verband moet gewezen worden op de paragrafen 88 tot 90 van de Gids.

II.          In deze Sectie worden de volgende algemene regels toegepast:

a.         Met inachtneming van de uitzonderingen zoals zoals vermeld onder I© hierboven, wordt elk elektrisch aspect of deel dat hoort bij een bepaalde apparatuur of werking, of een bepaald proces, object of artikel, geklasseerd in één van de Secties van de Classificatie anders dan in Sectie H, altijd geklasseerd in de subklasse voor die apparatuur of werking, of dat proces, object of artikel. Daar waar gezamelijke kenmerken met betrekking tot technische onderwerpen van overeenkomstige aard zijn uitgebracht op klasseniveau, is het elektrische aspect of deel, in overeenstemming met de apparatuur of werking, of het proces, object of artikel, geklasseerd in een subklasse waaronder de algemene elektrische toepassingen voor het technische onderwerp in kwestie geheel vallen;

b.         The hierboven onder (a) bedoelde elektrische toepassingen, algemeen of specifiek, houden in:

i.           de therapeutische processen en apparatuur, in klasse A61;

ii.          de elektrische processen en apparatuur die worden gebruikt in verschillende laboratoriumacitiviteiten en industriële activiteiten, in de klassen B01 en B03, en in subklasse B23K;

iii.         de elektriciteitstoevoer, en de elektrische aandrijving en verlichting bij voertuigen in het algemeen en bij bijzondere voertuigen, in de subsectie “Transport” van Sectie B;

iv.         de elektrische ontstekingssystemen van verbrandingsmotoren, in subklasse F02P, en van verbrandingsapparatuur in het algemeen, in subklasse F23Q;

v.          het gehele elektrische gedeelte van Sectie G, d.w.z. meetinrichtingen inclusief apparatuur voor het meten van elektrische variabelen, het controleren, het signaleren en het berekenen. Elektriciteit in die Sectie wordt in het algemeen gezien als middel en niet als einddoel op zich;

c.         Alle elektrische toepassingen, zowel algemeen als specifiek, veronderstellen dat de elektrische basisaspecten in Sectie H voorkomt (zie I(a) hierboven) voor wat betreft de elektrische basiselementen die zij bevatten. Deze regel geldt ook voor toegepaste elektriciteit zoals bedoeld onder I(c) hierboven, die zelf onder Sectie H valt.

III.         In deze Sectie komen de volgende speciale gevallen voor:

a.         Onder de algemene toepassingen die onder andere Secties dan Sectie H vallen, is het vermeldenswaard, dat elektrische verwarming in het algemeen valt onder de subklassen F24D en F24H, of klasse F27, en dat elektrische verlichting in het algemeen gedeeltelijk valt onder klasse F21, omdat er in Sectie H (zie I(c) hierboven) plaatsen zijn in subklasse H05B waaronder dezelfde technische onderwerpen vallen;

b.         In de beide gevallen waarover onder (a) hierboven wordt gesproken, vallen onder de subklassen van Sectie F die gaan over de respectievelijke onderwerpen, in hoofdzaak in de eerste plaats het gehele mechanische gedeelte van de apparatuur of inrichtingen, terwijl het elektrische gedeelte als zodanig valt onder subklasse H05B;

c.         In het geval van verlichting moet onder dit mechanische gedeelte de materiaalopstelling van de verschillende elektrische elementen vallen, d.w.z. hun geometrische of fysieke positie ten opzichte van elkaar; dit aspect valt onder de subklassen van klasse F21, de elementen zelf en de primaire schakelingen blijven in Sectie H. Hetzelfde geldt voor elektrische lichtbronnen, als zij zijn gecombineerd met lichtbronnen van een ander soort. Deze vallen onder subklasse H05B, terwijl de fysieke opstelling die de combinatie vormt valt onder de subklassen van klasse F21; [16]

d.         Met betrekking tot verwarming vallen niet alleen de elektrische elementen en schakelontwerpen als zodanig onder subklasse H05B, maar ook de elektrische aspecten van hun opstelling, daar waar het zaken met een algemene toepassing betreft; elektrische ovens worden op zich beschouwd. De fysieke plaatsing van de elektrische elementen in ovens valt onder Sectie F. Als een vergelijk wordt gemaakt met elektrische lasschakelingen, die in samenhang met lassen vallen onder subklasse B23K, blijkt dat elektrische verwarming niet valt onder de algemene regel zoals vermeld onder II hierboven.

 

H 04        ELEKTRISCHE COMMUNICATIETECHNIEK OF TELECOMMUNICATIETECHNIEK

 

              Aantekening

 

              Deze subklasse dekt elektrische communicatiesystemen met voortplantingspaden waarbij sprake is van bundels lichaamsstraling, akoestische golven of elektromagnetische golven, bijv. radiocommunicatie of optische communicatie. [4,7]

 

H 04 H    RADIOCOMMUNICATIE OF OMROEP (multiplexcommunicatie H04J; beeldcommunicatie-aspecten van zendsystemen H04N) [8]

 

              Aantekening [8]

 

              (1)      In deze subklasse worden de volgende termen of uitdrukkingen gebruikt, met de aangegeven betekenis: [8]

                        -        “uitzenden” is het gelijktijdig versturen van identieke signalen naar meerdere ontvangststations. De term “uitzenden” omvat niet het toesturen aan ontvangststations dat wordt geregeld door verzoeken of antwoorden van de ontvangststations; [8]

                        -        “uitzendinformatie” dekt alle soorten informatie die wordt verzonden via zendsystemen; [8]

                        -        “uitzend-gerelateerde informatie” is informatie die vereist is door voorzieningen die worden aangeboden via zendsystemen, anders dan uitzendinformatie; [8]

                        -        “uitzendtijd” is een tijd waarop specifieke uitzendinformatie bestaat en beschikbaar is; [8]

                        -        “uitzendkanaal” is een kanaal via welke uitzendinformatie wordt verstuurd, bijv. draaggolven, tijdsleuven, uitzendgebieden via de kabel of draadloos; [8]

                        -        “uitzendruimte” is ofwel een stel uitzendkanalen waarbinnen specifieke uitzendinformatie bestaat en beschikbaar is, ofwel een geografisch gebied dat wordt bepaald door het stel uitzendkanalen; [8]

                        -        “uitzendruimte-tijd” is ruimtetijd die wordt bepaald door uitzendruimte en uitzendtijd waarbinnen specifieke uitzendinformatie bestaat en beschikbaar is; [8]

                        -        “uitzendsysteem” is een systeem dat bestaat uit zender, baken en ontvanger t.b.v. uitzending; [8]

                        -        “uitzend-gerelateerd systeem” is een systeem dat direct wordt beďnvloed door opwekken, versturen, ontvangen of gebruiken van uitzendinformatie; [8]

                        -        “uitzendvoorziening” (omroepdienst) is een dienst die direct wordt geleverd door een uitzendsysteem, d.w.z. een voorziening voor het versturen van uitzendinformatie; [8]

                        -        “uitzend-gerelateerde voorziening” is een voorziening die wordt geleverd door uitzend-gerelateerde systemen; [8]

                        -        “A met een directe verbinding naar B” betekent, dat A direct B beďnvloed of dat A direct door B wordt beďnvloed. [8]

              (2)      In deze subklasse wordt geklasseerd naar meerdere aspecten, zodat materie dat wordt gekenmerkt door aspecten die worden gedekt door meer dan één van de zoekgroepen die worden beschouwd interessante informatie t.b.v. onderzoek te bevatten, ook kan zijn geklasseerd in elk van die zoekgroepen. [8]

 

H 04 H    20/00                   Voorzieningen voor uitzending of voor het versturen in combinatie met uitzending [8]

H 04 H    20/02                   .    Voorzieningen voor het opnieuw uitzenden van uitzendinformatie [8]

H 04 H    20/04                   .    .    van veld-opneemeenheden (FPU) [8]

H 04 H    20/06                   .    .    tussen zendstations [8]

H 04 H    20/08                   .    .    tussen aansluitingen [8]

H 04 H    20/10                   .    Voorzieningen voor het vervangen of in- of uitschakelen van informatie tijdens het uitzenden of tijdens het versturen [8]

H 04 H    20/12                   .    Voorzieningen voor het bewaken, testen of opheffen van storingen [8]

H 04 H    20/14                   .    .    voor het bewaken van programma’s [8]

H 04 H    20/16                   .    Voorzieningen voor het herhaaldelijk uitzenden of versturen van identieke informatie [8]

H 04 H    20/18                   .    Voorzieningen voor het synchroniseren van het uitzenden of versturen via meerdere systemen [8]

H 04 H    20/20                   .    Voorzieningen voor het via meerdere systemen uitzenden of versturen van identieke informatie [8]

H 04 H    20/22                   .    .    Voorzieningen voor het uitzenden van identieke informatie via meerdere uitzendsystemen [8]

H 04 H    20/24                   .    .    Voorzieningen voor het versturen van identieke informatie via een uitzendsysteem en een niet-uitzendsysteem [8]

H 04 H    20/26                   .    Voorzieningen voor het in- of uitschakelen van distributiesystemen [8]

H 04 H    20/28                   .    Voorzieningen voor het gelijktijdig uitzenden van meerdere stukken informatie [8]

H 04 H    20/30                   .    .    via één kanaal [8]

H 04 H    20/31                   .    .    .    gebruikmakend van binnen-de-band signalen, bijv. een subsonisch of een cue signaal [8]

H 04 H    20/33                   .    .    via meerdere kanalen [8]

H 04 H    20/34                   .    .    .    gebruikmakend van een buiten-de-band hulpdraaggolfsignaal [8]

H 04 H    20/36                   .    .    voor uitzendingen via AM (amplitude modulatie) [8]

H 04 H    20/38                   .    Voorzieningen voor het versturen waarbij lagere stations, bijv. ontvangers, samenwerken met de uitzending [8]

H 04 H    20/40                   .    Speciaal aangepaste voorzieningen voor het uitzenden voor ontvangers met accumulatie [8]

H 04 H    20/42                   .    Voorzieningen voor het systeembeheer [8]

H 04 H    20/44                   .    Voorzieningen die worden gekenmerkt door speciaal aangepaste schakelingen of onderdelen voor uitzending [8]

H 04 H    20/46                   .    .    speciaal aangepast voor uitzendsystemen die vallen onder de groepen H04H20/53 tot H04H20/86 [8]

H 04 H    20/47                   .    .    .    speciaal aangepast voor stereo-uitzendsystemen [8]

H 04 H    20/48                   .    .    .    .    voor uitzendingen via FM (frequentie modulatie) [8]

H 04 H    20/49                   .    .    .    .    voor uitzendingen via AM (amplitude modulatie) [8]

H 04 H    20/51                   .    .    .    speciaal aangepast voor satelliet-uitzendsystemen [8]

H 04 H    20/53                   .    Speciaal aangepaste voorzieningen voor specifieke toepassingen, bijv. voor verkeersinformatie of voor mobiele ontvangers [8]

H 04 H    20/55                   .    .    voor verkeersinformatie [8]

H 04 H    20/57                   .    .    voor mobiele ontvangers [8]

H 04 H    20/59                   .    .    voor noodgevallen of spoedgevallen [8]

H 04 H    20/61                   .    .    voor lokale uitzendingen, bijv. inpandige uitzending [8]

H 04 H    20/62                   .    .    .    voor transportsystemen, bijv. in voertuigen [8]

H 04 H    20/63                   .    .    .    naar meerdere plekken in een beperkt gebied, bijv. MATV (Master Antenna Television) [8]

H 04 H    20/65                   .    Voorzieningen die worden gekenmerkt door transmissiesystemen voor het uitzenden [8]

H 04 H    20/67                   .    .    Systemen met een gemeenschappelijke golf, d.w.z. gebruikmakend van aparte zenders die werken op in hoofdzaak dezelfde frequentie [8]

H 04 H    20/69                   .    .    Optische systemen [8]

H 04 H    20/71                   .    .    Draadloze systemen [8]

H 04 H    20/72                   .    .    .    van netwerken op aarde [8]

H 04 H    20/74                   .    .    .    van satellietnetwerken [8]

H 04 H    20/76                   .    .    Kabelsystemen [8]

H 04 H    20/77                   .    .    .    gebruikmakend van draaggolven [8]

H 04 H    20/78                   .    .    .    .    Kabeltelevisie of CATV (Community Antenna Television) [8]

H 04 H    20/79                   .    .    .    .    .    gebruikmakend van downlink van de kabeltelevisiesystemen, bijv. radio-uitzending via het kabeltelevisienetwerk [8]

H 04 H    20/80                   .    .    .    .    met frequenties in twee of meer frequentiebanden [8]

H 04 H    20/81                   .    .    .    .    gecombineerd met een telefoonnetwerk waarover de uitzending continu beschikbaar is [8]

H 04 H    20/82                   .    .    .    gebruikmakend van signalen die niet zijn gemoduleerd op een drager [8]

H 04 H    20/8                     .    .    .    .    waarbij het netwerk niet wordt gedeeld met een andere dienst [8]

H 04 H    20/84                   .    .    .    gecombineerd met een energiedistributienetwerk [8]

H 04 H    20/86                   .    Voorzieningen die worden gekenmerkt door speciale technische aspecten van de uitzendinformatie, bijv. de signaalvorm of het informatieschema [8]

H 04 H    20/88                   .    .    Stereozendsystemen [8]

H 04 H    20/89                   .    .    .    gebruikmakend van drie of meer audiokanalen, bijv. triphonic of quadrafonisch [8]

H 04 H    20/91                   .    .    voor het uitzenden van computerprogramma’s [8]

H 04 H    20/93                   .    .    waarbij bronnen van andere stukken informatie wordt gelokaliseerd, bijv. URL (Uniform Resource Locator) [8]

H 04 H    20/95                   .    .    gekenmerkt door een specifiek formaat, bijv. MPE3 [MPEG-1 Audio Layer 3] [8]

 

H 04 H    40/00                   Speciaal aangepaste voorzieningen voor het ontvangen van uitzendinformatie [8]

H 04 H    40/09                   .    Voorzieningen voor het automatisch ontvangen van gewenste informatie volgens roosters [8]

H 04 H    40/18                   .    Voorzieningen die worden gekenmerkt door speciaal voor ontvangst aangepaste schakelingen of onderdelen [8]

H 04 H    40/27                   .    .    speciaal aangepast voor uitzendsystemen die vallen onder de groepen H04H20/53 tot H04H20/86 [8]

H 04 H    40/36                   .    .    .    speciaal aangepast voor stereo-uitzendsystemen [8]

H 04 H    40/45                   .    .    .    .    voor uitzendingen via FM (frequentie modulatie) [8]

H 04 H    40/54                   .    .    .    .    .    waarbij hulpdraaggolven worden opgewekt [8]

H 04 H    40/63                   .    .    .    .    .    voor het onderscheiden van verbeteringen of aanpassingen [8]

H 04 H    40/72                   .    .    .    .    .    voor het onderdrukken van ruis [8]

H 04 H    40/81                   .    .    .    .    .    voor het schakelen tussen stereo en mono [8]

H 04 H    40/90                   .    .    .    speciaal aangepast voor satelliet-uitzendsystemen [8]

 

H 04 H    60/00                   Voorzieningen voor uitzendtoepassingen met een directe verbinding naar uitzendinformatie of naar uitzendruimte-tijd; Uitzending-gerelateerde systemen [8]

H 04 H    60/02                   .    Voorzieningen voor het opwekken van uitzendinformatie; Voorzieningen voor het opwekken van uitzending-gerelateerde informatie met een directe verbinding naar uitzendinformatie of naar uitzendruimte-tijd; Voorzieningen voor het gelijktijdig opwekken van uitzendinformatie en uitzending-gerelateerde informatie [8]

H 04 H    60/04                   .    .    Studio-uitrusting; Onderlinge verbindingen tussen studio’s [8]

H 04 H    60/05                   .    .    .    Mobiele studio’s [8]

H 04 H    60/06                   .    .    Voorzieningen voor het inroosteren van uitzenddiensten of uitzending-gerelateerde diensten [8]

H 04 H    60/07                   .    .    gekenmerkt door werkwijzen of methoden voor het opwekken [8]

H 04 H    60/09                   .    Voorzieningen voor het regelen van apparatuur met een directe verbinding naar uitzendinformatie of naar uitzendruimte-tijd; Voorzieningen voor het regelen van uitzending-gerelateerde diensten [8]

H 04 H    60/11                   .    .    Voorzieningen voor tegenmaatregelen als een deel van de uitzendinformatie niet beschikbaar is [8]

H 04 H    60/12                   .    .    .    waarbij andere informatie in de plaats komt van het (ontbrekende) deel van de uitzendinformatie [8]

H 04 H    60/13                   .    .    Voorzieningen voor het regelen van apparatuur die worden beďnvloed door de uitzendinformatie [8]

H 04 H    60/14                   .    .    Voorzieningen voor voorwaardelijke toegang tot uitzendinformatie of tot uitzending-gerelateerde diensten [8]

H 04 H    60/15                   .    .    .    bij het ontvangen van informatie [8]

H 04 H    60/16                   .    .    .    bij het afspelen van informatie [8]

H 04 H    60/17                   .    .    .    bij het registreren van informatie [8]

H 04 H    60/18                   .    .    .    bij het kopiëren van informatie [8]

H 04 H    60/19                   .    .    .    bij het zenden van informatie [8]

H 04 H    60/20                   .    .    .    bij hulpbewerkingsinformatie [8]

H 04 H    60/21                   .    .    .    In rekening brengen van het gebruik van uitzendinformatie of van uitzending-gerelateerde informatie [8]

H 04 H    60/22                   .    .    .    .    per gebruik [8]

H 04 H    60/23                   .    .    .    gebruikmakend van cryptografie, bijv. codering, toestemming of gesleutelde distributie [8,9]

H 04 H    60/25                   .    Voorzieningen voor het bijwerken van uitzendinformatie of uitzending-gerelateerde informatie [8]

H 04 H    60/27                   .    Voorzieningen voor het registreren of opslaan van uitzendinformatie of uitzending-gerelateerde informatie [8]

H 04 H    60/29                   .    Voorzieningen voor het bewaken van uitzenddiensten of uitzending-gerelateerde diensten [8]

H 04 H    60/31                   .    .    Voorzieningen voor het bewaken van het gebruik dat van de uitzenddiensten wordt gemaakt [8]

H 04 H    60/32                   .    .    Voorzieningen voor het bewaken van de omstandigheden van ontvangststations, bijv. storing of uitval van ontvangststations [8]

H 04 H    60/33                   .    .    Voorzieningen voor het bewaken van het gebruikersgedrag of de gebruikersmening [8]

H 04 H    60/35                   .    Voorzieningen voor het identificeren of herkennen van kenmerken met een directe verbinding naar uitzendinformatie or naar uitzendruimte-tijd, bijv. voor het identificeren van zendstations of voor het identificeren van gebruikers [8]

H 04 H    60/37                   .    .    voor het identificeren van delen van uitzendinformatie, bijv. scčnes of een identificatiecode voor programmafragmenten [8]

H 04 H    60/38                   .    .    voor het identificeren van uitzendtijd of -ruimte [8]

H 04 H    60/39                   .    .    .    voor het identificeren van uitzendruimte-tijd (gebruik van Elektronische Programma Gidsen H04H60/72) [8]

H 04 H    60/40                   .    .    .    voor het identificeren van uitzendtijd [8]

H 04 H    60/41                   .    .    .    voor het identificeren van uitzendruimte, d.w.z. uitzendkanalen, uitzendstations of uitzendgebieden [8]

H 04 H    60/42                   .    .    .    .    voor het identificeren van uitzendgebieden [8]

H 04 H    60/43                   .    .    .    .    voor het identificeren van uitzendkanalen [8]

H 04 H    60/44                   .    .    .    .    voor het identificeren van uitzendstations [8]

H 04 H    60/45                   .    .    voor het identificeren van gebruikers [8]

H 04 H    60/46                   .    .    voor het herkennen van gebruikersvoorkeuren [8]

H 04 H    60/47                   .    .    voor het herkennen van genres [8]

H 04 H    60/48                   .    .    voor het herkennen van onderwerpen die naar voren komen in uitzendinformatie [8]

H 04 H    60/49                   .    .    voor het identificeren van locaties [8]

H 04 H    60/50                   .    .    .    van uitzend- of verdeelstations [8]

H 04 H    60/51                   .    .    .    van ontvangststations [8]

H 04 H    60/52                   .    .    .    van gebruikers [8]

H 04 H    60/53                   .    .    .    van bestemmingen [8]

H 04 H    60/54                   .    .    .    waar uitzendinformatie wordt opgewekt [8]

H 04 H    60/56                   .    Voorzieningen gekenmerkt door speciaal aangepaste onderdelen voor bewaking, identificatie of herkenning vallend onder de groepen H04H60/29 of H04H60/35 [8]

H 04 H    60/58                   .    .    van radio  [8]

H 04 H    60/59                   .    .    van video  [8]

H 04 H    60/61                   .    Voorzieningen voor diensten die gebruikmaken van het resultaat van bewaking, identificatie of herkenning vallend onder de groepen H04H60/29 of H04H60/35 [8]

H 04 H    60/63                   .    .    voor verkoopdiensten [8]

H 04 H    60/64                   .    .    voor het geven van detailinformatie [8]

H 04 H    60/65                   .    .    voor gebruikmaking van het resultaat aan de gebruikerskant [8]

H 04 H    60/66                   .    .    voor gebruikmaking van het resultaat aan de aanbiederskant [8]

H 04 H    60/68                   .    Speciaal aangepaste systemen voor het gebruikmaken van specifieke informatie, bijv. geografische of meteorologische informatie [8]

H 04 H    60/70                   .    .    gebruikmakend van geografische informatie, bijv. kaarten, grafische voorstellingen of atlassen [8]

H 04 H    60/71                   .    .    gebruikmakend van meteorologische informatie [8]

H 04 H    60/72                   .    .    gebruikmakend van EPG’s [Elektronische Programma Gidsen] (de aandacht richten op het identificeren van zendruimte-tijd H04H60/39)  [8]

H 04 H    60/73                   .    .    gebruikmakend van meta-informatie [8]

H 04 H    60/74                   .    .    .    gebruikmakend van programma-gerelateerde informatie, bijv. titel, samensteller of vertaler [8]

H 04 H    60/76                   .    Voorzieningen gekenmerkt door zendsystemen anders dan voor uitzending, bijv. het internet [8]

H 04 H    60/78                   .    .    gekenmerkt door bronlocaties of bestemmingslocaties [8]

H 04 H    60/79                   .    .    .    gekenmerkt door verzending tussen zendstations [8]

H 04 H    60/80                   .    .    .    gekenmerkt door verzending tussen eindapparatuur [8]

H 04 H    60/81                   .    .    gekenmerkt door het zendsysteem zelf [8]

H 04 H    60/82                   .    .    .    waarbij het zendsysteem internet is [8]

H 04 H    60/83                   .    .    .    .    met toegang via telefoonnetwerken [8]

H 04 H    60/84                   .    .    .    .    .    via vaste telefoonnetwerken [8]

H 04 H    60/85                   .    .    .    .    .    via mobiele communicatienetwerken [8]

H 04 H    60/86                   .    .    .    .    met toegang via CATV-netwerken [8]

H 04 H    60/87                   .    .    .    .    met toegang via computernetwerken [8]

H 04 H    60/88                   .    .    .    .    .    via draadloze netwerken [8]

H 04 H    60/89                   .    .    .    .    .    via kabelnetwerken [8]

H 04 H    60/90                   .    .    .    Draadloze zendsystemen [8]

H 04 H    60/91                   .    .    .    .    Mobiele communicatienetwerken (voor toegang tot internet H04H60/84) [8]

H 04 H    60/92                   .    .    .    .    voor een lokaal gebied [8]

H 04 H    60/93                   .    .    .    Kabelzendsystemen [8]

H 04 H    60/94                   .    .    .    .    Telefoonnetwerken (voor toegang tot internet H04H60/84) [8]

H 04 H    60/95                   .    .    .    .    voor een lokaal gebied [8]

H 04 H    60/96                   .    .    .    .    CATV-systemen (voor toegang tot internet H04H60/84) [8]

H 04 H    60/97                   .    .    .    .    .    gebruikmakend van het opstralen van de CATV-systemen [8]

H 04 H    60/98                   .    .    Fysieke verspreiding van media, bijv. ansichtkaarten, CD’s of DVD’s [8]